In de 14e eeuw maakte Gouda een snelle economische groei door. Dat was goed merkbaar aan de opkomst van de gilden in de stad. Gilden waren organisaties die de belangen van een beroepsgroep behartigden. De meeste hadden een beschermheilige en een altaar in de Sint-Janskerk. Zo ook de timmermannen van de Goudse Sint-Jozefsgilde. Voor de timmerlieden was Jozef, de beroemdste timmerman uit de Bijbel, natuurlijk hun held. In het gilde zaten vier soorten ambachten: de timmermannen (die huizen of daken maakten), de scheepstimmerlieden, de schrijnwerkers (die houten constructies als deuren, kozijnen en trappen maakten) en de stoelendraaiers.
In 1552 brandt de Sint-Janskerk voor het grootste deel af. Na de brand werd aan de onderzijde van het nieuwe altaarstuk van de Sint-Jozefsgilde dit paneel bevestigd. Op het paneel zijn de vier ambachten binnen het gilde naast elkaar weergegeven.